Het verhaal van Mietje van Spier

Op 4 mei herdenken we jaarlijks de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de herdenkingsbijeenkomst in de Grote of Barbarakerk te Culemborg in 2023 sprak Nini Vonk-Wartena over de lotgevallen van Mietje van Spier (1874-1959).

Deze Joodse slagersvrouw heeft geen ‘struikelsteen’ zoals vele Joodse families die de oorlog niet overleefden. Zij en haar man Marcus en twee van hun drie kinderen overleefden de oorlog namelijk wel. Ze waren ondergedoken geweest en konden na de Bevrijding weer tevoorschijn komen. Maar hun levens hervatten, dat ging niet zomaar.

De oorlogstijd had diepe sporen nagelaten en de tijd na de Bevrijding bracht voor Joodse burgers nieuwe moeilijkheden. In slechts vier minuten vertelde Nini Vonk daarover. Haar verhaal was compact en maakte indruk.

‘Dit verhaal heb ik nooit eerder gehoord’, vertelden toehoorders haar na afloop. Dat kon ook niet, want het verhaal was niet eerder verteld. Nini zocht het uit.

Hieronder volgt de tekst die ze uitsprak.


 

Zandstraat 33-35, Culemborg

Twee huizen onder één kap, bij de stadspomp in de Zandstraat. Voorheen slagerswinkel en woonhuis van de neven Abraham en Marcus van Spier.

De oorlog trok zijn sporen.

Eind 1942 – de jacht op de Joden was in volle gang. Juffrouw Kap [de directrice van de Huishoudschool] haalde Mietje en Marcus van Spier uit het Algemene Ziekenhuis, waar ze zich verborgen hielden, en nam hen mee naar haar eigen huis [in de Ridderstraat].
Twee-en-een-half jaar jaar later kwamen ze weer naar buiten: ze hadden de oorlog overleefd !

Maar eigenlijk kreeg de oorlog hen toen pas goed in de klauwen.
Hun huis en de slagerij aan de Zandstraat no. 33 en 35? Die waren door de Duitsers verkocht, net als de hele inboedel. Er zaten huurders in.
En de ménsen die ze van vroeger kenden: hun familieleden en vele contacten; waar waren die allemaal gebleven? Ze keken uit naar bericht.

En de berichten kwamen.
– Hun oudste zoon Elias, leraar in Drente, met zijn vrouw en hun zoontje van zes : vermoord. Die zouden ze nooit meer vasthouden.
– Neef Abraham, met wie ze de slagerij hadden, en die getrouwd was met een zus van Mietje : ook zij waren vermoord.
– Diens zoon Marcus, ook in de slagerij; hij woonde tegenover hen, met zijn vrouw en twee dochters . . . ook dood.

En zo ging het verder : nog twee zusters van Mietje, hun echtgenoten en kinderen.
In de familie van Marcus was het al even verschrikkelijk: negen broers en zussen, hun acht kinderen, acht neven en nichten . . .  er was niemand van over.
Zij, Mietje, Marcus en twee volwassen kinderen (Eli en Sientje) waren er nog, samen en alleen, met z’n viertjes op een kluitje in een grote leegte.

Maar ze moesten door.
Eli en zijn vader willen weer aan het werk als slager. En de gemeente wijst hun een huis met winkel aan de Prijssestraat no. 56 [*] toe als tijdelijke woning.
Een advertentie in de krant getuigt ervan: ”. . na ruim drie jaren gedwongen sluiting hebben wij ons slagersbedrijf op Woensdag 27 Juni 1945 heropend.” Maar dan . . .

Drie maanden later sterft vader Marcus, overweldigd door alle leed.
In de pas geopende winkel staat zoon Eli er nu alleen voor. Nog een paar maanden houdt hij het vol, maar dan hakken ze de knoop door: ze stoppen.
In mei 1946, een jaar na de bevrijding, staat opnieuw een advertentie in de krant. De winkel wordt overgedaan aan slager Hendrik Butter uit Santpoort.

De procedure om hun woonhuis in de Zandstraat terug te krijgen vergt veel tijd.
In 1951 is het zover. Maar dan wonen ze al lang elders.
Mietje is met haar kinderen mee verhuisd. Eli is accountant geworden, hij en zijn zus Sientje hebben elk een gezin gesticht. Mietje van Spier-Zwelheim stierf op 85-jarige leeftijd en is in Culemborg begraven, naast haar man. Op de Joodse begraafplaats.

Bij hen is de keten van de generaties niet gebroken!

Nini Vonk-Wartena, 4 mei 2023.

Eli van Spier

Mietje’s zoon Eli van Spier viert de bevrijding, op 7 mei 1945, bij de intocht van de Canadezen. Foto Ypma / Collectie Wim van Gaasbeek (ⴕ).

Noot: [*] De voormalige ‘Roomijs- en Puddingfabriek’ van Carl Johan Christoph Heinrich Plath (geb. 1865) , ‘winkelier in roomijs’. Hij vestigde zich in 1922 in Culemborg, en overleed er in 1952, 86 jaar oud. Plath had de Duitse nationaliteit en zijn fabriek werd na de oorlog onteigend.


 

De slagerij aan de Zandstraat

Op 6 mei 1897 vraagt Abraham van Spier vergunning aan om een runderslachterij te mogen beginnen op het adres Zandstraat 35 ( wijk B no. 330 ). In januari was hij getrouwd met Henrietta Zwelheim (1872). Zij kwam uit Hilversum, maar woonde bij haar huwelijk al drie jaar in Culemborg. Ze werkte er als modiste.
Anderhalf jaar later neemt Abraham zijn neef Marcus van Spier in het bedrijf op. Ze zijn bijna even oud. De bedrijfsnaam wordt dan:  ‘A. van Spier & Co.

Abraham (1871) en Marcus (1870) zijn volle neven. Abraham is een zoon van Marcus (1835-1913) en Saartje Levie (1844-1914); Marcus is een zoon van Isaak (1832-1914) en Sientje Parfumeur (1834-1871). Hun vaders waren broers en allebei ‘koopman in lompen’. De neven zoeken het in een andere richting, zij kiezen voor een ander typisch joods beroep: het slagersvak.

Neef Marcus woont vanaf september 1899 in bij Abraham en zijn vrouw. Hij leert daar haar iets jongere zus kennen, en trouwt in oktober 1908 met deze Mietje Zwelheim (1874), dochter  van de Hilversumse koopman Eleazar Zwelheim (1837-1919). Ze  betrekken in oktober 1909 het huis direct naast de slagerij: Zandstraat 33 ( wijk B no. 331 ).
Marcus en Mietje krijgen er drie kinderen: Isaak Elias (Elias), die leraar wordt (geb. 1910), Eleazar Isaak (Eli), slager, net als zijn vader (geb. 1913) en Sientje Hendrika (Sientje), geboren in 1915.

Abrahams oudste zoon Marcus Elias (1897) komt ook in de slagerij. Hij trouwt in 1922 met Sara Brommet en gaat aan de overkant wonen, op Zandstraat no. 30. Voor dit huis liggen vier ‘Stolpersteine’, voor Marcus en Sara en hun twee dochters. Zij zijn vermoord in Auschwitz. De moeder en de meisjes Henriette en Amalia al direct bij aankomst, op 12 oktober 1942. Vader Marcus sterft enkele maanden later, in januari. Voor zijn ouders Abraham en Henrietta liggen twee stenen voor het huis Zandstraat 35. Zij reisden zelf naar het doorgangskamp Vught, en werden vandaar op transport gesteld naar Sobibor, waar zij  op 6 april 1943 zijn vermoord.

Stolpersteine Abraham en Henrietta van Spier

In de stoep voor de oude slagerij, Zandstraat 35, liggen sinds 2017 de Stolpersteine voor Abraham van Spier en zijn vrouw Henrietta Zwelheim.


 

Joods bezit

Abraham van Spier kocht op 2 juni 1925 het winkelhuis waar hij zelf woonde, en het naastliggende woonhuis van zijn neef. Tot dan hadden ze gehuurd van eigenaar Geurt Kok (ⴕ 1915) en diens erfgenamen. Abraham betaalde er in 1925 7.500 gulden voor.

Nadat de Duitsers Nederland in 1940 waren binnengevallen, legden zij de Joodse Nederlanders steeds meer en meer beperkingen op, om hen zoveel mogelijk uit het maatschappelijk leven te weren.
Joodse Nederlanders werden ontslagen uit overheidsdienst. Joden mochten geen lid van verenigingen meer zijn; ze mochten geen fiets meer hebben, geen radio. Hun spaartegoeden moesten ze overmaken aan de zgn. LiRo-bank (Lippmann, Rosenthal & Co).

Begin 1941 kregen Joodse zakenlieden opdracht hun bezit te laten registreren. Hun bedrijven kregen een bewindvoerder en werden daarna geliquideerd. Maatregelen voor ander Joods vastgoed volgden in augustus van dat jaar. De NGV (Niederländische Grundstucksverwaltung) registreerde het joodse grond- en huizenbezit en de door NSB-ers geleide ANBO (Algemeen Beheer Onroerende Goederen) kreeg opdracht die te verkopen.  Alle bedrijven en huizen In Nederland moesten ‘ontjoodst’ worden en in ‘arische handen’ komen.

Opheffing slagersbedrijf

De slagerswinkel wordt op last van de Duitsers opgeheven.

Joodse slagersbedrijven worden gesloten in 1942. Het bedrijf van Abraham en Marcus:  ‘A. van Spier & Co., Zandstraat 35, slagersbedrijf, slagerswinkel in den ruimsten zin des woords. Zaak met ingang van 1 mei 1942 opgeheven’, bericht de Culemborgse Courant.
Zij zelf reizen vrijwillig af, om zich te laten deporteren, worden opgepakt, of duiken onder. Marcus en Mietje worden verborgen door juffrouw Kap, hun kinderen Eli en Sientje duiken onder bij smid Marius Heij (Zandstraat 23).

De bezittingen van gedeporteerde en ondergedoken Joden worden in opdracht van de Duitsers verhuurd en verkocht. De huizen Zandstraat 33 en 35 komen op 11 mei 1943 voor 6.000 gulden in bezit van de Utrechtse koopman M.F. Berkman.

Advertentie

In september 1945 overlijdt Marcus van Spier en wordt een curator aangesteld voor de bezittingen van zijn neef Abraham van Spier.

In het kader van het naoorlogse Rechtsherstel wordt het in de oorlog verkochte Joodse vastgoed onder beheer gesteld van het Nederlandsche Beheer Instituut (NBI). Die moet daarna uitmaken wie de rechthebbenden zijn.
In Culemborg stelt het Beheersinstituut hiervoor in september 1945 de commies ter secretarie Theodorus Johannes Piscaer aan als curator. Hij vorderde de beide huizen in de Zandstraat eind 1947 terug van de oorlogskoper, waarna ze in 1951 op naam van de oorspronkelijke eigenaren werden gebracht. Dit waren Abraham van Spier en Henrietta Zwelheim, ieder voor de helft. In 1951 vond de overdracht plaats naar de rechtmatige erfgenaam Mietje van Spier-Zwelheim. Piscaer verkocht de huizen tenslotte in 1953 namens haar aan Gerardus Jurrien van der Veer, boekhouder op de Gasfabriek.

Mietje van Spier-Zwelheim overleed op Oudjaar 1959, 85 jaar oud. Haar kinderen Eli en Sientje stierven kort na elkaar, in december 1988 en januari 1989, zij werden 75 en 73 jaar.



Naschrift

Dit artikel is geschreven onder dankzegging aan mevrouw Nini Vonk-Wartena, emeritus predikant, die als voormalig bestuurslid van de ‘Stichting Stolpersteine Culemborg’, diepgaand historisch onderzoek heeft gedaan naar het huizenbezit van diverse vooroorlogse Joodse inwoners.

In 2020, toen door het TV-programma Pointer vragen werden gesteld naar de afwikkeling van Joods vastgoed na de oorlog, heeft zij de gemeente Culemborg uitvoerig op de hoogte gebracht van haar bevindingen. Zij constateerde geen ‘onrechtmatigheden’.

Voor de laatste paragraaf over het bezit van Abraham van Spier heb ik nuttig gebruik kunnen maken van haar aantekeningen.


 

In blijvende herinnering

Grafstenen

Op de Joodse begraafplaats te Culemborg staan naast elkaar de zerken van Mietje en Marcus van Spier; ze herinneren ons aan hun leven en bestaan.

De grafstenen van Marcus van Spier en Mietje Zwelheim (graf 139 en 140) staan beschreven in : S. Lammers, De Joodse graven aan de Achterweg (Genootschap Voet van Oudheusden, 2003).

Tot besluit en naar analogie van de laatste regel op hun grafzerken:

‘Moge hun ziel gebonden zijn in de bundel der levenden.’

Reacties zijn gesloten.