De Culemborgse geschiedschrijving is een mooi nieuw boek rijker. Het is geschreven door emeritus professor Wijnand Mijnhardt (1950), die hiermee een bijzondere prestatie heeft neergezet, want een geschiedenis van de heren van Culemborg uit de vijftiende en eerste helft zestiende eeuw was nog niet geboekstaafd.

Meer dan een biografie van vrouwe Elisabeth (1475-1555), is het boek het verhaal van de ‘bloei en ondergang’ van ‘een adellijke dynastie’ die in dienst treedt van de Bourgondische, en na 1477 Habsburgse machthebbers in de Nederlanden, en een belangrijke positie gaat vervuIk doe niet aan uitgeputllen aan het Hof te Mechelen en in het landsbestuur. Het is het verhaal van vrouwe Elisabeth, die in 1555 als weduwe kinderloos overlijdt, en van haar vader Jasper en grootvader Gerard van Culemborg. Jasper huwde in 1470 met Johanna van Bourgondië, en kreeg toen van zijn oudoom Frank van Borssele als huwelijksgift de heerlijkheid Hoogstraten mee, dat door zijn ligging dichtbij het Habsburgse hof- en bestuurscentrum in Mechelen steeds belangrijker voor hen werd.
Mijnhardts boek ‘Het verdriet van Elisabeth van Culemborg’ werd op zondag 30 maart, de 550-ste geboortedag van vrouwe Elisabeth, ten doop gehouden in de Grote Barbarakerk.
Conrad Gietman, auteur van het boek ‘Republiek van Adel’ (2010) en Femke Deen, van wie dit jaar het boek ‘Moeders des Vaderlands’ verscheen over adellijke vrouwen die een belangrijke rol speelden in politiek, diplomatie en cultuur, verzorgden voor het ruim aanwezige publiek een inleiding op het vroegere belang van de adel in het bestuur en de rol van sterke vrouwen in de geschiedenis. Het zijn thema’s die ook in het boek van Mijnhardt een belangrijke rol spelen.

Wijnand Mijnhardt tijdens de boekpresentatie in de bomvolle Grote Barbarakerk. Foto Ronald Korsse.
Het jaartal 1477 is ‘het ijkpunt’ van Mijnhardts boek. Het is niet alleen een kanteljaar in de Nederlandse geschiedenis, omdat daarin door het huwelijk van Maria van Bourgondië met Maximiliaan van Oostenrijk het fundament werd gelegd voor het Habsburgse Rijk van diens kleinzoon Keizer Karel V. Maar het is ook het bouwjaar van het ‘Huis van Zweder de bastaard van Culemborg’, dat we tegenwoordig kennen als het Stadhoudershuis, aan de Slotstraat 10. Het linker deel van het naastliggende huis Slotstraat 12 maakte er ook deel van uit. Dit huis wordt sinds 1997 bewoond door Wijnand Mijnhardt en zijn vrouw.
Henriett Somlai interviewde Wijnand Mijnhardt voor SRC Weekeind over diens boek ‘Het Verdriet van Elisabeth van Culemborg’. Haar artikel verscheen op zondag 27 april 2025. En krijgt hier – met toestemming van de auteur – een tweede leven.
Interview met de auteur
door Henriett Somlai

Emeritus-professor en veellezer Wijnand Mijnhardt, thuis in de Slotstraat, tussen de boeken. Foto Bob Bronshoff.
CULEMBORG – Wie vandaag door de straten van Culemborg loopt, wandelt ongemerkt langs sporen van een vrouw die vijf eeuwen geleden haar stempel op de stad drukte. Elisabeth van Culemborg, erfvrouwe van deze kleine, maar invloedrijke stad aan de Lek, leefde in een tijd waarin vrouwen zelden de geschiedenisboeken haalden – en toch is haar nalatenschap in Culemborg tastbaar aanwezig.
Achter die stenen nalatenschap schuilt een vrouw van vlees en bloed – maar hoe schrijf je haar verhaal zonder haar eigen stem? Wat doe je als je over een historisch figuur schrijft van wie nauwelijks persoonlijke bronnen bewaard zijn gebleven – geen brieven, geen dagboeken, geen directe getuigenissen?
Voor Culemborgse hoogleraar wetenschapsgeschiedenis Wijnand W. Mijnhardt was dat geen reden om Elisabeth van Culemborg links te laten liggen. Integendeel. In zijn nieuwe boek Het verdriet van Elisabeth van Culemborg reconstrueert hij haar leven via haar daden, gebouwen, politieke keuzes en netwerken.
“Je leert haar kennen door te kijken wat ze deed”, zegt hij. Door haar handelwijze te spiegelen aan tijdgenoten als Margaretha van Oostenrijk, slaagt hij erin een indringend portret te schetsen van een vrouw die zich staande hield in een wereld die vrouwen liefst liet zwijgen – maar waarin zij tóch haar stem liet klinken.

Het ‘Grote Huis’ of Stadhoudershuis in de Slotstraat. Met aansluitend het huis van prof. Mijnhardt.
Een huis als beginpunt
De zoektocht begon onverwacht, in 1997, toen Mijnhardt en zijn echtgenote een neoclassicistisch huis kochten in Culemborg, dat oorspronkelijk uit 1477 stamde. Het huis, ooit bekend als het ‘Huis van Zweder de Bastaard’, bleek niet alleen een bijzonder woonhuis, maar ook een poort naar een vergeten verleden.
“Wat begon als een klein project, groeide uit tot een breed opgezette studie over Culemborg in de Bourgondisch-Habsburgse tijd en over Elisabeth zelf,” aldus Mijnhardt.
Een dynastie op haar schouders
Elisabeth werd in 1475 geboren als oudste dochter van heer Jasper en Johanna van Bourgondië. Omdat er geen zonen waren, kwam de voortzetting van de familie volledig op haar schouders terecht. Ze erfde de titel en bezittingen van haar familie, maar daarmee ook de zware verantwoordelijkheid om de dynastie voort te zetten. Twee huwelijken – met Jan van Luxemburg en later met Anthonis van Lalaing – mochten niet baten: Elisabeth bleef kinderloos.
In de ogen van haar tijdgenoten was dat niet alleen een persoonlijke tragedie, maar ook een spirituele tekortkoming. Kinderloosheid werd door de katholieke kerk gezien als een teken van goddelijke onvrede. “Die gedachte moet haar gekweld hebben,” zegt Mijnhardt. “Hoe kon zij, als vrouw zonder zoon, haar naam én haar zielenheil redden?”
Het stenen kindeke
Een antwoord op die vraag gaf zij in Hoogstraten, vlakbij Mechelen, waar ze vele jaren het hoofd was van de hofhouding. Daar gaf zij opdracht tot de bouw van een imposante kerk, met een toren die bijna even hoog was als die van de Dom van Utrecht. Ze noemde het bouwwerk haar ‘stenen kindeke’ – een term die diepe emotie verraadt. “Het is alsof ze haar onvervulde moederschap op deze manier toch vorm gaf,” zegt Mijnhardt. “Een religieuze daad, maar ook een persoonlijk monument.”

Belgische postzegel, met vrouwe Elisabeth als stichtster van de Sint-Katharinakerk in Hoogstraten.
Een pragmatisch huwelijk
Elisabeth leefde in een samenleving die vrouwen beperkte in hun sociale en politieke rol. Toch wist zij binnen die grenzen ruimte voor zichzelf te creëren. Met name haar tweede huwelijk bood haar nieuwe mogelijkheden: Anton van Lalaing, haar echtgenoot, had al kinderen en leefde in een open relatie. Het was een pragmatisch huwelijk, waarin Elisabeth haar eigen belangen wist te behartigen. “Ze maakte gebruik van de spelregels van haar tijd – zonder ze openlijk te breken.”
Voorloper van een beweging die nog moest komen
In veel opzichten is Elisabeth dan ook te zien als een voorloper van de eerste feministische golf, al leefde zij in een tijd waarin het begrip feminisme nog niet bestond. Ze doorbrak normen, handelde strategisch en wist invloed uit te oefenen in een wereld die haar daar nauwelijks ruimte voor bood. “Ze manoeuvreerde met grote intelligentie door een patriarchale orde,” zegt Mijnhardt. “Dat maakt haar modern – juist door hoe ze met de beperkingen omging.”

De wapens van Anthonis van Lalaing (A,L) en Elisabeth van Culemborg (E,C) in het glasraam ‘Het Heilig Oliesel’ (1533) in de Sint Katharina-kerk van Hoogstraten.
De erfenis van Elisabeth in Culemborg
Hoewel Elisabeth zelf relatief weinig tijd in Culemborg doorbracht, liet zij er wel belangrijke sporen na. Zo gaf ze bijvoorbeeld opdracht tot de bouw van het stadhuis. Pas na haar dood en met de stichting van ‘de Fundatie’ van Elisabeth van Culemborg door de uitvoerders van haar testament, kreeg haar aanwezigheid in de stad werkelijk betekenis. Zij besloten tot de bouw van een weeshuis: geen expliciete wens van Elisabeth zelf, maar een daad die haar naam blijvend verbond aan zorg en maatschappelijke betrokkenheid.
Het verdriet van Elisabeth van Culemborg is nu verkrijgbaar in de boekhandel, en richt zich op lezers die zich willen verdiepen in het adellijke vrouwenleven van de 15de en 16de eeuw – en de sporen die Elisabeth naliet.

Henriett Somlai is zelfstandig communicatieadviseur en redacteur (Lepke, maakt het potentieel mogelijk), verzorgde o.a. het nieuws van het Weeshuismuseum, en is sinds mei ook actief als cultuurcoach voor de gemeente Culemborg.
Ook journalist Bram van Schaik schreef dit voorjaar een mooi artikel over Wijnand Mijnhardt en zijn boek. Zijn interview verscheen in het AD-Utrecht (26 maart) en in De Gelderlander (1 april). Voor het artikel fotografeerde William Hoogteyling de auteur thuis in zijn indrukwekkende bibliotheek.

De mannen van Elisabeth van Culemborg : Jan van Luxemburg (1477-1509) en Anthonis van Lalaing (1480-1540), afgebeeld in het zgn. ‘boeck mitte schilderyen’, de officiële familiekroniek van Floris I van Pallandt. Foto Rijksmuseum.


